Architectuur van het exterieur

'Tuinwijk-Zuid, het Sportfondsenbad, beide in Haarlem, en het Amsterdamse Betondorp komen van zijn scheppingen het meest voor in de literatuur van de Nederlandse architectuurgeschiedenis. Van Loghem wilde de mensheid van dienst zijn. Hij was een serieus man die met groot vakmanschap aan zijn ideaal werkte.'
Tuinwijk-Zuid bestaat uit twee woonblokken van aaneengeschakelde eengezinswoningen, gebouwd als middenstandswoningen. Van Loghem heeft elf typen ontwikkeld, aangeduid met een letter, van A tot K. Daarbinnen twee categorieën: de eerste met kolenhokuitbouw, portiek en balkon aan de voorzijde (Tuinwijklaan en Zonnelaan), en de tweede zonder deze eigenschappen maar met een luifel (Spaarnelaan). Van Loghem heeft varianten ontworpen bij de hoeken en de poorten. In hoogte is ook variatie: woningen van twee en van drie woonlagen. Bij de woningen met drie woonlagen is een terras met pergola opgenomen, de woningen met twee woonlagen treden meer terug in de rooilijn en hebben daardoor een diepere voortuin.
 
Eenheid bij een gevarieerde vormgeving
Kenmerkend voor Tuinwijk-Zuid is de architectonische eenheid bij een gevarieerde vormgeving; het principe van een als een geheel ontworpen blok, met daarbinnen variatie en esthetische detaillering. Deze stroming in kunst en architectuur is bekend geworden als de ‘Amsterdamse School’, (ca 1916.
 
In Tuinwijk-Zuid vinden we deze opvatting ook terug. Eenheid wordt verkregen door de vormbepalende elementen zoals ramen, deuren, pergola’s, hekjes, houtwerk tegen de gevels, ongeacht van welk type woning er nu sprake is. De drie poorten, symmetrisch in opzet en onderling gelijk aan elkaar, dragen bij aan de architectonische eenheid tussen de blokken, zij nemen hierbij een centrale positie in.
 
Een grootschalige villa
Bij de opzet van de woonblokken is niet echt sprake van een voor- en achtergevel. Daardoor lijken de blokken te zijn vormgegeven met aan alle zijden van het blok gelijkwaardige architectonische aandacht, zoals dat ook bij een vrijstaande villa het geval zou zijn. Of wij nu aan de straatzijde of aan de tuinzijde of aan welke zijde dan ook naar het blok kijken, er is geen sprake van een architectonisch minder in het oog lopende of verwaarloosde kant. Hierdoor heeft het complex iets van een grootschalige villa, of van een kasteel zo men wil. Met het gegeven van de aanwezige poorten wordt deze indruk versterkt.
 
De poorten
De poorten markeren de overgang tussen de openbare, ruimte en de gemeenschappelijke met natuur gevulde ruimte. De poort is de geleidelijke overgang tussen de beschermde beslotenheid van de stedelijke cultuur en de onbeschermde openheid van de omringende natuur. 
 
Landhuisbouw
Van Loghem heeft de twee blokken voorzien van kenmerken en elementen die ook bij zijn overige landhuisbouw zijn terug te vinden. Het lijkt erop dat hij met Tuinwijk-Zuid een geslaagde poging heeft gedaan om de sfeer van de landhuisbouw van de hogere klasse, in geschakelde vorm beschikbaar heeft gesteld voor de lagere middenklasse.